Meervoudige intelligentie en kunsteducatie

Sommige leerlingen zijn niet goed in de zaakvakken, maar leveren wel bijzondere prestaties op het gebied van geschiedenis of op kunstzinnig vlak (tekenen, creatief schrijven, muziek). Waarom heeft de een aanleg op mathematisch gebied en is de ander goed in kunstzinnige vakken? Iemand die inzicht biedt in deze materie, is Howard Gardner.

Meervoudig intelligent
Gardner ontwikkelde de theorie van meervoudige intelligentie en maakt onderscheid tussen negen verschillende vormen van intelligentie.

Verbaal-linguïstisch
Het vermogen om zowel gesproken als geschreven taal te begrijpen. Een gevoeligheid voor de betekenis van woorden en voor de verschillende functies die de taal vervult.
Voorkeur voor lezen, praten, schrijven, kruiswoordpuzzels, verhalen, gedichten, grappen, discussiëren, debatteren.

Logisch-mathematisch
Het vermogen om zowel inductief als deductief te denken; om getallen en symbolen mentaal te manipuleren en om abstracte begrippen te hanteren en te creëren.
Voorkeur voor rekenen, calculeren, begroten, redeneren, experimenteren, logica, getallen en symbolen, jaartallen.

Visueel-ruimtelijk
Het vermogen om ruimtelijke vormen en beelden waar te nemen en te reproduceren, om deze beelden mentaal te manipuleren en om nieuwe mentale beelden te creëren.
Voorkeur voor tekenen, knutselen, legpuzzels, ontwerpen, schetsen, inrichten, architectuur, foto's, navigeren, grafische voorstellingen, schema's.

Muzikaal-ritmisch
Het vermogen om betekenis te ontlenen aan muzikale patronen, klanken en ritmes Deze kunnen creëren en reproduceren.
Voorkeur voor componeren, ritme en melodie, muziek lezen, maken of beluisteren, neuriën, zingen, fluiten, rappen.

Lichamelijk-kinesthetisch
Het vermogen om het eigen lichaam te gebruiken en te controleren. Het beheersen van zowel de fijne motoriek, nodig voor het manipuleren van kleine objecten, als van 'totale' bewegingen (grove motoriek), nodig voor bijvoorbeeld dans.
Voorkeur voor gymnastiek, sporten, bewegen, dansen, choreografie, acteren, mime, lichaamstaal, jongleren, handvaardigheid, knutselen.

Interpersoonlijk
Het vermogen om onderscheid te maken tussen verschillende individuen en hun stemmingen, motieven en temperament. Het vermogen om met anderen te communiceren.
Voorkeur voor vrienden, feestjes, leiden en organiseren, opereren in een team, interactie, communiceren, samenwerken, zorgen, conflicten oplossen, zich verplaatsen in gezichtspunten van anderen.

Intrapersoonlijk
Het vermogen tot zelfreflectie. Zich bewust zijn van de eigen innerlijke wereld. Het vermogen om eigen gevoelens te onderscheiden en te zien als drijfveer voor het eigen handelen.
Voorkeur voor zelfonderzoek, zelfkennis, dagboek bijhouden, fantaseren, dromen, filosoferen, in contact treden met zichzelf.

Naturalistisch
Het vermogen om onderscheid te maken tussen verschillende verschijnselen en deze tot in detail kunnen classificeren.
Voorkeur voor analyseren van overeenkomsten en verschillen, milieu, flora en fauna, natuurlijke fenomenen, verzamelen en classificeren, genieten van de natuur, natuurbescherming, ecologisch bewustzijn.

Existentieel
Het vermogen om na te denken over de betekenis en de zin van dingen en het leven.
Voorkeur voor filosofie, religie, maatschappelijke vraagstukken, kunst.

Patroon
Een mens is niet op één, maar op verschillende manieren intelligent. Elk mens ontwikkelt zich in een aantal intelligenties sterker dan in andere, volgens een eigen, uniek patroon. Dit patroon is niet onveranderlijk, niet vast te leggen in een getal (IQ), maar dynamisch en in ontwikkeling. Een persoon bij wie een of meerdere intelligentie(s) sterk zijn ontwikkeld, is vaardig in activiteiten die door deze intelligentie(s) worden aangesproken en voelt zich tot deze activiteiten aangetrokken. Er speelt hierbij een combinatie van vermogen en voorkeur, kortweg 'talent'.

Het potentieel aan intelligenties dat ieder mens bezit, wordt maar zelden volledig benut. Welke intelligenties worden aangesproken en waarom dit gebeurt, is onder meer cultuurafhankelijk. Iedere cultuur waardeert de diverse intelligenties verschillend. In onze westerse cultuur en in ons onderwijs ligt de nadruk vooral op twee intelligenties: de verbaal-linguïstische en de logisch-mathematische.

Kunsteducatie
Het zelf bezig zijn met kunst en het reflecteren op zin en betekenis van kunst doet een beroep op de muzikale, de lichamelijk/kinesthetische, de ruimtelijk/visuele, de inter- en intrapersoonlijke en de existentiële intelligentie. Als kunsteducatie aandacht besteedt aan de verschillende disciplines en aan de relatie tussen de actieve, de receptieve en de reflectieve component, dan kan kunsteducatie een bijdrage leveren aan het ontwikkelen van het volledige potentieel aan intelligenties of talenten waarover een mens beschikt.

Bronnen
Gardner, H., Frames of the Mind, New York 1983
Gardner, H., Creating Minds, New York 1993

Meer informatie
Meervoudige intelligentie bij APS
Meervoudige Intelligentie bij RPZC
Meervoudige intelligentie in het primair onderwijs bij APS

DownloadGrootte
Meervoudige intelligentie en kunsteducatie11.12 KB
logos