Laat maar zien - beeldend onderwijs

Bij beeldend onderwijs kun je met een methode beeldend werken. Maar hoe weet je of een methode past binnen de school? Kun je de methode in alle klassen gebruiken? Om scholen op weg te helpen volgt een korte analyse van de online methode Laat maar zien (editie 2008) van Stichting Beeldendonderwijs.

Voor welke groepen is de methode bestemd?
Voor alle groepen

Is er een doorlopende leerlijn van groep 1 t/m 8?
De methode kent een doorlopende leerlijn

Hoeveel lessen per schooljaar biedt de methode?
Voor elke twee leerjaren (1-2, 3-4, 5-6, 7-8) is een groeiende database met lesactiviteiten beschikbaar, uitgaande van 40 activiteiten per jaar. Iedere les is voorzien van lesbeschrijvingen, lesdoelen en didactisch beeldmateriaal.
Gedurende het schooljaar wordt deze online methode aangevuld en/of afgewisseld met lessen over actuele onderwerpen en gebeurtenissen.

Welke aspecten van beeldend onderwijs komen in de methode aan de orde?
De methode biedt beeldende vormgevingsactiviteiten in de ruimste zin van het woord. De kerndoelen dienen hierbij als uitgangspunt. Aan bod komen: vlakke en ruimtelijke werkvormen, traditioneel (tekenen, handenarbeid, textiel) en minder traditioneel (fotografie, animatie), naar de voorstelling, toegepast, naar de waarneming en beschouwende activiteiten.

Met welke soorten beelden maken de leerlingen kennis?
Leerlingen gaan aan de slag met beelden uit hun directe omgeving, hun belevingswereld, media, de maatschappij, culturen, feestdagen, de natuur en jaargetijden.

Welke uitgangspunten kent de methode?
De methode is erop gericht kinderen kennis te laten maken met het ontstaan van beelden en hun werking. Ze leren dat beelden informatie geven, kunnen ontroeren, je boos of blij kunnen maken en vaak heel functioneel zijn. En ze leren dat beeldende creativiteit niet alleen is weggelegd voor de getalenteerden.
De methode is interactief. Zo kan de leerkracht op internet een eigen leerlijn samenstellen en zoeken op onder andere thema, materiaal, beeldaspect en techniek.

Wat moet de basiskennis van de docent zijn?
Iedere niet-gespecialiseerde groepsleerkracht kan de lessen geven.

Wordt er vakoverstijgend gewerkt?
De meeste lessen zijn vanuit vakoverstijgend perspectief ontworpen en sluiten aan bij andere vakgebieden. Per activiteit wordt aangegeven met welk leergebied vakoverstijging wordt geadviseerd.

Benodigdheden?
Voor deze online lesmethode is een computer en internetaansluiting nodig. De lessen zijn geschikt voor het digitale schoolbord. Maar ook met een uitgeprinte versie kan de les goed gegeven worden. Verder voldoet een standaarduitrusting aan materialen en gereedschappen. Per les wordt genoemd (en getoond) wat er nodig is.

Meer informatie:
Website Laat maar zien (o.a. bestelgegevens) bij Stichting Beeldendonderwijs
Laat maar zien bij NICL (Leermiddelenplein, SLO)

logos