Drama in de hoofdrol

Bij dramaonderwijs kun je ervoor kiezen met een methode te werken. Maar hoe weet je of een methode past binnen de school? Wat zijn de uitgangspunten van een methode? Kun je de methode in alle klassen gebruiken? Om scholen op weg te helpen volgt een korte analyse van Drama in de hoofdrol (Coutinho).

Voor welke groepen is de methode bestemd?
Voor alle groepen.

Is er een doorlopende leerlijn van groep 1 t/m 8?
De methode kent een doorgaande leerlijn.

Hoeveel lessen per schooljaar biedt de methode?
De doorgaande leerlijn is opgebouwd uit drie lessenseries. Lessenserie 1 (Bewegen in dramatisch spel) bestaat uit 7 lessen van 30 minuten voor de onderbouw. De middenbouw besteedt 7 lessen van 45 minuten aan lessenserie 2 (Taal in dramatisch spel). Theater maken in dramatisch spel is opgebouwd uit 9 lessen van 60 minuten voor de bovenbouw. Alle lessenseries kunnen naar eigen inzicht aangepast worden aan een andere bouw dan waarvoor de lessenserie bedoeld is. Zo is het mogelijk om een jaarprogramma voor een groep te maken bestaande uit 21 lessen: 7 lessen beweging, 7 lessen taal en 7 lessen theater maken. Voor groepen beginners, gevorderden, taalzwakke leerlingen en NT2-leerlingen zijn aparte suggesties opgenomen.

Welke aspecten van drama-onderwijs komen in de methode aan de orde?
Bij de lessenserie bewegen worden de spelvaardigheden van de verbeelding toegepast: fantasie oproepen en fantasie uitdrukken. Bij de lessenserie taal worden de spelvaardigheden uit de eerste lessenserie gebruikt, uitgebreid met de spelvaardigheden van vormgeven: de karakterisering van personages, het gebruikmaken van plaats en tijd en de uitwerking van een motief. Bij de lessenserie theater worden alle spelvaardigheden toegepast in een bewuste vormgeving, waarbij prikkelende intriges, bijzondere personages, lastige tijds- en plaatsbepalingen en verrassende motieven ervoor zorgen dat leerlingen uitgedaagd worden te spelen, te kijken en te reflecteren.

Met welke soorten drama maken de leerlingen kennis?
In deze methode komen verschillende spelvormen aan bod: tableau vivant, non-verbaal spel, vertelpantomime, meespeelverhaal, afspreekspel en tekstspel.

Welke uitgangspunten kent de methode?
De methode is gebaseerd op ontwikkelingsgericht onderwijs waarin alle leerlingen de ruimte krijgen een eigen leerproces door te maken. Om de doorgaande ontwikkeling van leerlingen te stimuleren zijn twee leerlijnen uitgezet door de hele school heen. Langs de ene lijn ontwikkelen de leerlingen hun dramatische spelvaardigheden in bewegen en taal. Langs de andere lijn wordt duidelijk zichtbaar welke algemene vaardigheden ze verwerven voor hun sociaal-emotionele ontwikkeling en hun taakbewustzijn. De methode gaat uit van de kerndoelen basisonderwijs, de startbekwaamheden leerkracht primair onderwijs en de eindtermen van de pabo.

Wat moet de basiskennis van de docent zijn?
Het boek is geschreven voor de basisopleiding drama van de pabo en voor de nascholing, maar is ook geschikt als zelfstudieboek voor individuele leerkrachten die hun competentie voor drama willen vergroten.

Wordt er vakoverstijgend gewerkt?
Ja. Dramatisch spel wordt in deze methode gezien als een activiteit die de doorgaande ontwikkeling van leerlingen stimuleert in samenhang met de andere leergebieden. De samenhang tussen dramatisch spel en de andere leergebieden zijn in dit boek vooral uitgewerkt voor taal.

Benodigdheden
Per les wordt aangegeven welke materialen nodig zijn. De materialen bestaan onder andere uit verhalenboeken, muziekfragmenten, foto's, kleding, voorwerpen, gedichten en decorstukken.

Meer informatie
Drama in de hoofdrol bij uitgeverij Coutinho

logos