Algemene informatie VO

Na de basisschool gaan kinderen naar het voortgezet onderwijs. Het voortgezet onderwijs bereidt hen voor op hun toekomstige plaats in de maatschappij.

Er zijn vier soorten voortgezet onderwijs:

  • vmbo (voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs) duurt vier jaar.
  • praktijkonderwijs is bedoeld voor leerlingen voor wie het vmbo niet geschikt is en duurt vier jaar. Het praktijkonderwijs leidt rechtstreeks op voor de arbeidsmarkt.
  • havo (hoger algemeen voortgezet onderwijs) duurt vijf jaar.
  • vwo (voorbereidend wetenschappelijk onderwijs) duurt zes jaar. Het kent de schooltypen atheneum, gymnasium (Latijnse en Griekse taal en letterkunde verplicht) en lyceum (combinatie van atheneum en gymnasium).

De meeste scholen maken deel uit van een scholengemeenschap met meerdere schooltypen. In de meeste gevallen gaat het dan om vmbo, havo en vwo. Daarnaast bestaan er categoriale scholen, die maar één schoolsoort omvatten.

Onderbouw
De eerste twee leerjaren van het vmbo en de eerste drie leerjaren van havo en vwo vormen de onderbouw van het voortgezet onderwijs. De lesstof in de onderbouw is voor alle leerlingen grotendeels gelijk. Het ministerie van OCW hiervoor 58 kerndoelen opgesteld, verdeeld over drie vakken en vier leergebieden (Nederlands, Moderne Vreemde Talen, Wiskunde, Mens & Natuur, Mens & Maatschappij, Kunst & Cultuur en Bewegen & Sport).

Bovenbouw
Tot de bovenbouw van het voortgezet onderwijs behoren het derde en vierde leerjaar vmbo, de leerjaren 4 en 5 havo en de leerjaren 4, 5 en 6 vwo. De bovenbouw sluit aan op de onderbouw. 

Vmbo
In de bovenbouw van het vmbo kiest elke leerling kiest een leerweg (zie boven) en een sector. 

Leerwegen vmbo

  • De basisberoepsgerichte leerweg (bb)
  • De kaderberoepsgerichte leerweg (kb)
  • De gemengde leerweg (gl)
  • De theoretische leerweg (tl)

Sectoren vmbo

  • Zorg en Welzijn
  • Techniek
  • Economie
  • Landbouw

Vakken vmbo
Het vakkenpakket bestaat uit een gemeenschappelijk deel dat iedere leerling volgt. Dit bestaat uit Nederlands, Engels, maatschappijleer, lichamelijke opvoeding en kunstvakken. Daarnaast is er een sectorgebonden en een vrij deel.

Havo/vwo
De bovenbouw van havo en vwo wordt de Tweede Fase genoemd. De Tweede Fase is erop gericht om de leerlingen in toenemende mate zelfstandig hun werk te laten doen. 

In de Tweede Fase kunnen leerlingen kiezen uit vier profielen:

  • natuur en techniek
  • natuur en gezondheid
  • economie en maatschappij
  • cultuur en maatschappij

Een profiel bestaat uit een aantal vakken en is opgebouwd uit:

  • een gemeenschappelijk deel dat voor alle profielen gelijk is;
  • een profieldeel dat elk van de profielen kenmerkt;
  • profielkeuzevakken;
  • een vrij deel.

Praktijkonderwijs
Het praktijkonderwijs is voor leerlingen van wie wordt verwacht dat zij de leerwegen niet met een diploma zullen afsluiten. Praktijkonderwijs omvat ten minste Nederlandse taal, rekenen/wiskunde, informatiekunde en lichamelijke opvoeding. Daarnaast worden vakken aangeboden die voorbereiden voor functies op de regionale arbeidsmarkt. Deze vakken worden vastgesteld door het schoolbestuur in overleg met de gemeente.

Examens
Het examen in het voortgezet onderwijs bestaat per onderwijssoort uit schoolexamen(s) en het centraal examen. Het ministerie van OCW bepaalt welke onderwerpen minimaal aan bod moeten komen in het examenjaar. Aan de hand daarvan stellen scholen zelf het schoolexamen op. Daarnaast maakt elke leerling aan het eind van het laatste schooljaar het centraal schriftelijk examen, dat is vastgesteld door OCW.

Meer informatie
Meer over voortgezet onderwijs op rijksoverheid.nl
Meer over voortgezet onderwijs bij Euridyce

logos