Naar het cultuurplein van Cultuur en School ›› Bulletin CS ›› Stelling Katern 51
Primair onderwijsVoortgezet onderwijsBVEHoger onderwijsCulturele instellingen

Stelling Bulletin C&S 51

stelling

Poll
BRENGEN PROFESSIONELE KUNSTENAARS DE KUNST DICHTER BIJ DE LEERLING DAN AMATEURKUNSTENAARS?

Ja, inderdaad
Geen idee
Nee, vind ik niet
Resultaten

UW REACTIES:

Op deze stelling past niet een simpel ja/nee antwoord. De vraag is eigenlijk: wie brengt een leerling dichter bij de kunst? Wanneer het gaat om een leerling denken we al gauw aan de schoolsituatie. In het PO ligt het op de weg van de leerkracht om het kind niet alleen in te voeren in de wereld van rekenen en taal, maar ook in de wereld van de kunst. Kinderen zijn daar ontvankelijk voor. Ze maken graag muziek en tekenen en schilderen graag en van nature. Deze 'productie' is een goed vetrekpunt voor de reflectie.

In het VO gaat dit traject verder, maar nu met goed opgeleide vakleraren tekenen en muziek, en nog meer kunstvakken. De vakleraren zijn er speciaal voor toegerust om pubers te begeleiden bij de muzische vorming. Leerlingen maken van brugklas tot en met 6-vwo praktisch werk, en blijven concerten bezoeken en tentoonstellingen bekijken. In die laatste situatie is het vaak de professionele musicus, of dat indrukwekkende beeldhouwwerk, of dat inspirerende schilderij aan de museumwand, dat een leerling dichter bij de kunst brengt.

Er is wel een gevaar dat het kunstonderwijs in het VO bedreigt: de versnippering. Er komen de laatste jaren kunstvakken bij, scholen bieden niet meer hetzelfde pakket aan, docenten worden niet meer specialistisch opgeleid. Dit kan een daling van het niveau met zich meebengen. Het beste is het wanneer er een docent voor de klas staat die opgeleid is als kunstenaar, en die óók nog beschikt over de pedagogische en didactische vaardigheden en ambities om de kunst dichter bij de leerling te brengen: terug naar de kwaliteitsopleiding: MO-tekenen A en B! 

H.J. Roos

- - - -

Het ligt er maar net aan wat men wil bereiken met kunstonderwijs. De overeenkomst tussen PK'ers en AK'ers is hun betrokkenheid bij het maken van kunst: dat het leuk en lekker is om iets te maken, ermee bezig te zijn. Dat kunnen beiden heel goed aan leerlingen overdragen, alleen al om het feit dat kinderen dit herkennen. Het verschil is dat PK'ers zich met andere vraagstellingen bezighouden binnen hun vak dan AK'ers. Niet allemaal, niet altijd, maar het verschil is evident. Profs zoeken naar nieuwe betekenissen, hebben in hun opleiding veel meer geleerd om de kunstgeschiedenis te herinterpreteren, waar amateurs zichzelf binnen de tradities plaatsen. Ook kunstdocenten werken m.n. vanuit de traditie van de kunstgeschiedenis. Zij kennen de artistieke zoektocht naar betekenis niet direct uit eigen ervaring.

Het is dan ook de vraag of we kunstonderwijs willen zien als het overdragen van de lineaire kunstgeschiedenis die middels opdrachten kan worden ervaren, of (ook) als een filosofisch veld waarin zoekers (professionele kunstenaars) een dialoog aangaan met leerlingen over experimenteren met materialen, hieraan betekenis geven, interpreteren van de wereld om je heen en herinterpreteren van de kunstgeschiedenis. Die dialoog kan inderdaad verbeteren of verdiepen met de nodige pedagogische en didactische kennis.

Daarnaast is het heel wel mogelijk om ook amateurkunstenaars hun verhaal te laten doen aan leerlingen. Het gaat niet zozeer om een daling van niveau, alswel om een verschil van insteek m.b.t. het maken van kunstwerken. Die verschillen kunnen ook aan kinderen worden duidelijk gemaakt. De amateur kan het net zo goed over het plezier van schilderen hebben als een prof, zoals bijvoorbeeld Peter Klashorst, die heel low profile een vermakelijke TV-schildercursus presenteerde. Bovendien zijn er vele autodidacten die niet onderdoen voor hun professioneel opgeleide collega's. Het is zelfs maar de vraag of profs wel zo goed op de hoogte zijn van kunstgeschiedenis als afgestudeerden van een lerarenopleiding.

Concluderend: profs, amateurs en leraren vullen elkaar aan.

- - - -

Voorwaarden om bij de jeugd goed over te komen zijn:

  • kwaliteit en talent van de kunstenaar, enerzijds op beeldend vlak, anderzijds op verbaal en communicatief vlak;
  • inleving in de doelgroep die je bereiken wilt;
  • verstaan van de taal van de doelgroep;
  • beschikken over enthousiasme, integriteit, openheid;
  • open zijn om kritiek te incasseren.

Of de kunstenaars autodidact is of academisch geschoold maakt minder uit. De amateurkunst is misschien toegankelijker als het figuratief is. Maar abstracte kunst kan ook aanspreken, als het maar goed gedaan is.

Diana Winkel

- - - -

Creativiteit is breder dan tekenen/drama/vormgeving het gaat over een open mind. Ik denk dat kunstenaars daar over het algemeen meer mee bezig zijn dan amateurs. Een flexibele manier van denken, tegen dingen aankijken is van toepassing op alles, en juist in onze gemengde cultuur van groot belang. Het gaat dus over meer dan een leuke tekening kunnen maken.

C. Manrho


- - - -

Amateurkunst bestaat niet! "Kunst" zegt Beuys, "is een onderdeel van de menselijke productiviteit" en voor zijn mentale ontplooiing kan de mens niet buiten de kunst. Vandaar zijn ophefmakend citaat: "Jeder ist ein Künstler" Soms is het goed om een grootheid over dit onderwerp te citeren. Dat zet deze discussie direct in een ander daglicht. Hoewel Beuys bekend staat om zijn provocerende houding. Provoceerde hij niet, toen hij uitte dat: "Kunst gemaakt wordt door een kunstenaar". Daar is immers geen speld tussen te krijgen. Toen de grote kunstenaar met bruine verf een kruisje op een willekeurig gebruiksartikel plaatste, werd het voorwerp daarmee omgetoverd tot een kunstwerk en provoceerde hij opnieuw.

Het onderscheid tussen amateurkunst en professionele kunst wordt meestal gemaakt door de beroepskunstenaar om daarmee de eigen betekenis en het bestaansrecht aan te geven. Daarnaast is er nog een instelling die belang heeft bij het onderscheid tussen professionele kunst en amateurkunst. Dat is de landelijke organisatie voor de ontwikkeling en promotie van amateurkunst 'Kunstfactor'. Door alle pogingen van mensen om kunst te maken als amateurkunst te betitelen, krijgt de instelling daarmee meer bestaansrecht en betekenis. Het onderscheid is verder niet van enig belang en leidt slechts tot verwarring.

Er is wel een tweedeling te maken tussen goede kunst en geen goede kunst, ofwel kunst en geen kunst. Niemand zal betogen dat literatuur alleen gemaakt wordt door professionele schrijvers en lectuur het product is van een amateur. We spreken daarom niet van amateurliteratuur. Tevens hebben we allang erkend dat het onderscheid tussen lectuur en literatuur zonder problemen is vast te stellen. Elke boekwinkel maakt feilloos verschil. Dat is niet anders bij het onderscheid tussen kunst en geen kunst. Amateurkunst bestaat niet! Wel kan een amateur kunst maken en daarmee kunstenaar zijn. De vraagstelling had hooguit kunnen zijn: BRENGT GOEDE KUNST, DE KUNST DICHTER BIJ DE LEERLING DAN SLECHTE KUNST? Dan is de vraag opeens een open deur.

Fred Teunissen
© Cultuur en School | Disclaimer | Vraag of reageer | Colofon